| Afdrukken |

Wat is decubitus? 

 

Decubitus is weefselversterf, veroorzaakt door de inwerking op het lichaam van druk-, schuif- en wrijfkrachten of een combinatie van deze factoren. Decubitus wordt onderverdeeld in vier gradaties (CBO-richtlijn, 2002).

 

Op deze pagina kunt u meer lezen over: 


De graden van decubitus:

Graad 1:    
Niet wegdrukbare roodheid van de intacte huid. Verkleuring van de huid, warmte, oedeem en verharding (induratie) zijn andere mogelijke kenmerken. N.b. Bij een gepigmenteerde huid is roodheid niet waar te nemen. foto graad 1 foto graad 1
Graad 2:    
Oppervlakkig huiddefect van de opperhuid (epidermis), al dan niet met aantasting van de huidlaag daaronder (lederhuid of dermis). Het defect manifesteert zich als een blaar of een oppervlakkige ontvelling. foto graad 2

foto graad 2

Graad 3:    
Huiddefect met schade of necrose van huid en onderliggend weefsel (subcutis). De schade kan zich uitstrekken tot aan het onderliggende bindweefselvlies (fascie) foto graad 3 foto graad 3
Graad 4:    
Uitgebreide weefselschade of necrose aan spieren, botweefsel of ondersteunende weefsels, met of zonder schade aan opperhuid (epidermis) en lederhuid (dermis). foto graad 4 foto graad 4

 

Naar top pagina

 

Risicoplaatsen: 

 

afbeelding_risicoplaatsen.gif

 

 

 

 

 

 

 

Bij rugligging:  achterhoofd, schouderbladen, ruggenwervels, stuit, hielen.
Bij zijligging: oren, schouders, heupen, zijkant ellebogen, zijkant knieën,zijkanten enkels.
Bij zitten: ellebogen, zitbeenknobbels, hielen.
Bij buikligging: jukbeenderen, kin, ribbenboog, bekkenkammen, knieën,wreef van de voet.
Bij gebruik van sondes, katheters, zuurstofslangetjes, brillen: op plaatsen waar zij de huid raken en de huid vlak boven het bot ligt.
Bij dragen knellende schoenen: hielen, buitenzijde voet, hallux grote teen, bovenzijde tenen.

 

Naar top pagina

Hoe ontstaat decubitus?

Decubitus ontstaat door druk-, schuif- en/of wrijfkrachten. Zonder druk ontstaat geen decubitus. De druk moet een bepaalde tijd worden uitgeoefend om weefselschade te veroorzaken. Hieruit volgt dat verminderde mobiliteit en activiteit als zeer grote risicofactoren kunnen worden beschouwd.

Door druk- schuif- en/of wrijfkrachten worden bloedvaten onder de huid afgeklemd. Vooral als bloedvaten die onderliggende spieren van bloed voorzien worden afgesloten, is de kans om decubitus te ontwikkelen verhoogd. Spierweefsel is meer gevoelig voor druk dan de huid. Schade door druk op spieren gaat vrijwel steeds gepaard met schade van de huid die door de bloedvaten van de onderliggende spieren van bloed wordt voorzien. Bij oudere mensen is de weerstand van de huid tegen druk-, schuif- en/of wrijfkrachten verminderd. Oorzaken zijn het normale verouderingsproces, slechtere voedingstoestand en een slechtere doorbloeding door arteriosclerose.

 

Naar top pagina

 

Factoren die het krijgen van decubitus mede beïnvloeden


 

Immobiliteit veroorzaakt langdurige druk en kan schuifkrachten veroorzaken zoals bijv. onderuitzakken in bed of in de stoel.
Neurologische aandoeningen als dwarslaesie, MS. Hierdoor gevoelsverlies van de huid, waardoor het waarnemen van (langdurige, verhoogde) druk verstoord is.
Psychische toestand zoals verwardheid kan onrust veroorzaken waardoor schuifkrachten toenemen.
Vochtigheid van de huid door incontinentie/transpiratie een vochtige huid maakt de huid stroef waardoor meer wrijving op kan treden
Leeftijd op hoge leeftijd minder collageen en elastine in de huid, waardoor de huid een minder goed drukspreidend vermogen heeft.
Gebruik van corticosteroïden de huid wordt hierdoor dun (als perkament) en is minder bestand tegen druk en schuifkrachten.
Bloed en circulatiestoornissen door arteriosclerose vernauwing van de bloedvaten en vermindering van de doorbloeding van de huid waardoor een lagere tolerantie voor druk ontstaat. Bloedarmoede veroorzaakt een tekort aan zuurstof in de huid waardoor de huid gevoeliger is voor letsel veroorzaakt door druk- en/of schuifkrachten. Ook bloeddrukschommelingen en een shocktoestand zijn van invloed op het krijgen van decubitus.
Temperatuur verhoging van de lichaamstemperatuur geeft verhoging van de zuurstofbehoefte van de huid. Als de druk op de huid hoog is kan hieraan niet voldaan worden, waardoor er sneller schade ontstaat. Een te lage temperatuur geeft vernauwing van de bloedvaten in de huid met als gevolg een verminderde doorbloeding van de huid. Dus bij verhoogde druk en schuifkrachten kan een letsel van de huid sneller optreden.
Voedingstoestand bij een slechte voedingstoestand treedt er bijv. door een laag albumine oedeem op, waardoor de perfusieafstand van de bloedvaatjes in de huid toeneemt. Hierdoor ontstaat een slechtere zuurstofvoorziening van de huid. Magere, ondervoede mensen hebben slechte polstering van de uitstekende botdelen en daardoor minder drukspreidend vermogen. Te zware mensen hebben door druk van het lichaamsgewicht op de huid ook een groter risico op decubitus.
Medicatie sommige bètablokkers (bijvoorbeeld Lopresorâ, Metoprololâ , Selokeenâ) verminderen de bloeddoorstroming van de huid met 20 - 30%, pijnstillers kunnen de waarneming van pijn door druk of schuifkrachten beïnvloeden

 

Naar top pagina

Specifieke factoren in het ziekenhuis die het krijgen van decubitus mede beïnvloeden

Het langdurig verblijf op matrassen in ambulances, op onderzoek- en operatietafels, bestralingsafdelingen en dergelijke geven een verhoogd risico op het krijgen van decubitus.

Deze afdelingen hebben als overeenkomst dat de matrassen waarop zorgvragers moeten liggen allen zeer dun zijn. Vrijwel zonder uitzondering zijn het matrassen (zowel schuim- als gelmatrassen) die niet dikker zijn dan 2 cm en erg hard. De oppervlakspreiding en daardoor drukontlastende effecten van deze matrassen zijn nihil.

 

Naar top pagina