Home
| Afdrukken |

Deskundigheid

De richtlijn die op deze website wordt beschreven gaat er vanuit dat alle helpenden, verzorgenden, verplegenden en verpleegkundigen deskundig moeten zijn op het gebied van decubitus. Zij hebben kennis over (het voorkomen van) decubitus en zijn in staat binnen de richtlijnen te handelen behorend bij het eigen niveau. Uitgangspunt: ‘Hulpverleners kennen hun bekwaamheden en hun bevoegdheden (wet BIG en VIG)’
Alle zorgverleners hebben een taak met betrekking tot decubitus (Bron: ZorgFormat 2000)

Niveau 2 Houding en beweging van een zorgvrager aanpassen, zorgvrager beschermen tegen verwondingen en decubitus.
Niveau 3 Negatieve effecten van gezondheidsproblemen en/of zorgverlening voorkomen. Een individueel verzorgingsplan (adl, hdl) opstellen
Niveau 4             

Een individueel verpleegplan opstellen   

Bij individuele personen of (risico)groepen specifieke kenmerken van risicopopulaties observeren en signaleren.

Niveau 5          Voorwaarden scheppen voor de verbetering van de kwaliteit van zorg op microniveau


Met ‘complexiteit van zorg’ wordt bedoeld de mate van ingewikkeldheid, onvoorspelbaarheid, uitzonderingen en (geringe) planbaarheid. Hoe complexer de zorg, hoe minder het beroepsmatig handelen gebaseerd kan zijn op vaste routines of standaard procedures.



Verpleegkundigen en verzorgenden (kwalificatieniveau ≥ 3) – uitvoerenden


Bevoegd Verpleegkundigen en/of ziekenverzorgenden en verzorgenden niveau 3-IG zijn bevoegd tot het nemen van preventieve maatregelen en zijn bevoegd om bij een decubituswond een behandeling in te zetten en/of de wond te verzorgen met behulp van de Richtlijn en de Protocollen van de desbetreffende instelling.
Bekwaam

De hulpverlener schakelt een (verpleegkundig) expert op het gebied van decubitus in op het moment dat:

  • de betreffende verpleegkundige of verzorgende zich niet bekwaam voelt
  • de algehele situatie van de zorgvrager (te) complex is;
  • een duidelijk richtlijn in een specifieke situatie ontbreekt;
  • er complexere preventieve maatregelen getroffen moeten worden.
Verantwoordelijkheden

Degene die preventieve maatregelen en/of wondbehandeling heeft ingezet

  • informeert de zorgvrager over bevindingen en de te ondernemen acties;
  • rapporteert bevindingen in het verpleegkundig /zorgdossier;
  • rapporteert de aanleiding voor de betreffende preventieve maatregelen;
  • rapporteert de status van de wond en de motivatie voor de keuze van verbandmaterialen en
  • rapporteert en overlegt zonodig met de verantwoordelijk arts* (mondeling of schriftelijk)
  • voert het (ingezette) beleid uit
  • evalueert het ingezette beleid en past eventueel aan


Verpleegkundig experts* op het gebied wond en decubitus


 

Een verpleegkundig expert werkt op consultbasis op het gebied van preventie en behandeling van decubitus.

*Lees voor verpleegkundig expert ook: verpleegkundig consulent decubitus,  verpleegkundig specialist, wondverpleegkundige of een nurse practitioner.

Bevoegd

De verpleegkundig consulent werkt altijd binnen de richtlijnen en protocollen, maar maakt gebruik van haar/zijn deskundigheid en is bevoegd om materialen te gebruiken die niet standaard in het assortiment aanwezig zijn.

Zij/hij kan worden ingezet indien

  • een verpleegkundige of verzorgende zich niet bekwaam voelt;
  • de algehele situatie van de zorgvrager (te) complex is;
  • een duidelijk richtlijn in een specifieke situatie ontbreekt;
  • beleid van arts dat afwijkt van standaard ( verwijderen debridement, vacuümtherapie, maden etc.);
  • er complexere preventieve maatregelen getroffen moeten worden.
Bekwaam

Is de verpleegkundig expert op het gebied van decubitus van mening dat de complexiteit te groot is en/of dat haar deskundigheid overstijgt consulteert hij/zij de arts.

  • Adviezen zijn gebaseerd op kennis, ervaring en bevoegdheden en ‘Best Practice’
Verantwoordelijkheden
  • Afnemen van een (wond)anamnese, stellen verpleegkundige diagnose, nemen en plannen van verpleegkundige interventies
  • opstellen van een wondbehandelplan
  • inzetten van preventieve maatregelen
  • voorlichting en informatie verstrekken aan zorgvrager en diens naasten
  • Overleg met de behandelend arts, betrokken hulpverleners en zorgvrager
  • Advies keuze AD-materialen
  • Participeren en organiseren van multidisciplinaire overleg/samenwerking
  • Soms: inzet AD-materialen en budgetverantwoordelijk
  • Kennis overdracht; opzetten van scholing
  • Volgen van nieuwe ontwikkelingen
  • Opstellen van (transmuraal en intern) beleid

 

 

Artsen (huisarts, verpleeghuisarts, specialist)

 

 Opdrachten en afspraken met en door artsen gaan uit boven die van een verpleegkundige en Richtlijnen.

De artsen maken gebruik van de Richtlijn of volgen de decubitus richtlijn van hun eigen beroepsgroep.

De arts kan de zorgvrager naar de verpleegkundig consulent decubitus verwijzen  De verpleegkundig expert decubitus kan haar kennis en inzicht optimaal benutten en de wachttijden bij de specialist en arts zullen hierdoor afnemen. Hiermee ontstaat een win-win-situatie.

De behandelend arts blijft altijd eindverantwoordelijk. Daarom is een goed contact zowel mondeling als schriftelijk tussen arts/specialist en de verpleegkundige/ verpleegkundig consulent decubitus een voorwaarde.



Zorgvrager en mantelzorg

Het is de taak van de zorgverlener om de zorgvrager en diens naaste te betrekken bij en te informeren over de preventie en behandeling van decubitus.

De verantwoordelijkheid van de zorgvrager zijn:

  • de zorgvrager weet wie de behandelaar is
  • de zorgvrager kent het behandelplan
  • de zorgvrager kent de mogelijkheden van preventieve en behandel maatregelen
  • de zorgvrager maakt waar mogelijk gebruik van mantelzorg

In een relatie zorgvrager - zorgverlener wordt er vanuit gegaan dat de zorgvrager akkoord gaat met de verleende zorg en behandelplan.  Waar nodig wordt expliciet toestemming gevraagd aan de zorgvrager.

Voor het inzetten van preventieve maatregelen moet er eerst probleemverheldering plaatsvinden zodat  de juiste maatregelen worden genomen.